De Verborgen Grot
Ik blijf. Ik blijf en word de volgende ochtend heerlijk wakker. Mijn ochtend verloopt rustig. Ik hang wat rond bij het water. Aan het einde van de middag gaan we elkaar weer ontmoeten. Ik lig in de zon en smeer me in met zonnebrand. De geur van aloë brengt me even terug naar die hete middag in de bus. Naar de spanning die steeds tussen ons aanwezig was. Ik voel die nog steeds in mijn buik en mijn hele lijf begint te tintelen.
Je vroeg of ik zou blijven. Niet alleen op het eiland, maar ook voor jou.
Halverwege de middag doe ik op mijn kamer nog een klein dutje en fris ik me daarna op onder de douche. Ik trek stevige schoenen en gemakkelijk zittende kleding aan. We gaan wandelen. Jij zou me meenemen. Ik hoefde alleen maar aan te sluiten. Even na vieren sta ik voor mijn hotel op je te wachten. Het verkeer komt en gaat; auto’s en busjes rijden af en aan. Gisteren reed je nog in een grote bus, maar vandaag niet. Dan zie ik je aankomen.
Je stopt de motor vlak voor me en zet je helm af. Je stapt af en begroet me. Het voelt wat ongemakkelijk, maar dat weerhoudt ons er niet van om samen op pad te gaan. Je geeft me een helm en ik kijk diep in je ogen. Meteen voel ik die spanning weer in mijn buik. Ze is echt. Ze is hier. Nu ga ik samen met jou op pad, terwijl we elkaar nog nauwelijks kennen. We rijden helemaal naar het noorden, door het dorpje Órzola. Bij een klein wit huisje stoppen we. Je vraagt me bij de motor te wachten. Je belt aan en een oudere vrouw geeft je een tas. Je bevestigt die aan de motor en daarna vervolgen we onze weg. De rit duurt niet lang, maar het voelt als een eeuwigheid dat ik bij je achterop zit. Mijn armen om je middel geslagen. Ik houd je stevig vast. Af en toe kijk je via je spiegel of het goed met me gaat.
Het laatste stukje leggen we te voet af en jij draagt de tas. Wanneer we boven op een klif staan, hoor ik je nog zeggen: ‘Volg me goed en houd je goed vast.’ Ik kijk naar beneden en voel opnieuw een vreemd gevoel in mijn buik. De afdaling is mysterieus. Dit keer komt de spanning vooral door de hoogte en de smalle, geïmproviseerde trapjes waarover jij me heen leidt. Even overweeg ik om terug te gaan, maar mijn nieuwsgierigheid wint het. Ik wil weten wat jij voor ons in gedachten hebt. Al snel bereiken we een grot. Het lijkt een verborgen plek te zijn. Er is niemand anders. Je kijkt me aan.
Om me heen zie ik de bruine bergen. Jouw ogen zijn warm en vriendelijk, maar tegelijk stellen ze vragen die we nog niet aan elkaar zouden moeten stellen. Je ogen laten me smelten. Wegkijken lukt niet. Gevangen in elkaars blik stellen we vragen zonder woorden en geven we antwoorden zonder ze uit te spreken.
Je spreidt een picknickkleed uit op de grond en vraagt me te gaan zitten. Het uitzicht is prachtig. De ondergaande zon. De bergen. Het water dat zijn wilde golven tegen de kliffen slaat. Jouw sterke handen die de mijne raken.
Hier binnen is het koel en de lucht ruikt naar zout en steen. Samen kijken we naar de ondergaande zon. Dan leg je je hand op mijn onderrug. Je vingers blijven net een fractie langer rusten dan nodig is. De stilte tussen ons wordt dikker trager, geladen. Alles staat open.Alles kan gebeuren.
Jij draait je naar me toe.
Alsof je iets wilt zeggen, maar de woorden komen niet.



