Proloog

Soms begint een nacht niet met aanraking, maar met aandacht. Een blik. Een ritme. Een geur die blijft hangen. Soms is verlangen geen uitnodiging van buiten, maar een herinnering van binnen. Aan een lijf dat weet. Aan handen die durven. Aan genot dat niet gedeeld hoeft te worden om echt te zijn. Dit is zo’n nacht. Een nacht die zich niet laat vastleggen in regels of verwachtingen. Een nacht die danst, ruikt, tintelt. Die zich uitstrekt van stad naar huid, van muziek naar stilte. Een nacht die alleen is, maar nooit eenzaam. Een verhaal over thuiskomen in jezelf. Over de kracht van eigen aanraking. Over de zachtheid die trilt, en de stilte die spreekt.

“Deanston en Dansvloer”

Het begint in het hart van Groningen, waar de stad nog zindert van de dag. We zitten in het News Café, aan een tafel die net groot genoeg is voor onze verhalen. Mijn vriendinnen lachen luid, hun glazen gevuld met cocktails die ruiken naar vakantie: zoet, tropisch, een beetje te veel. Ik kies anders. Een Old Fashioned, gemaakt met Deanston Virgin Oak. Gerijpt op bourbonvaten, zacht, maar met karakter. De smaak is warm, stroperig, met een vleugje vanille en een echo van rook. Niet goedkoop. Maar ik ben hier niet om te besparen. Ik ben hier om te proeven. Aan de tafel naast ons schuift een groep mannen aan. Rond de vijfendertig, net als wij. Hun energie is losjes, nieuwsgierig. Eén van hen knikt naar mijn glas. “Deanston?” vraagt hij. Ik glimlach. “Virgin Oak.” Hij lacht, verrast. “Dat zie je niet vaak. Een vrouw met smaak.” We drinken samen. De gesprekken worden breder, de afstand kleiner. Er is plezier, geen haast. Twee van hen blijven hangen in hun blik. Niet opdringerig, maar aandachtig. Alsof ze iets zien wat ze niet willen missen. De avond glijdt verder. De stad verandert van kleur. We besluiten door te gaan, naar Twister. De plek waar de nacht zijn lichaam krijgt.

In Twister is het donker genoeg om jezelf te vergeten, en licht genoeg om gezien te worden. De muziek is goed, old school hiphop, Ciara, ritmes die mijn lijf herkent als oude vrienden. Ik dans. Niet om te verleiden, niet om te volgen. Ik dans omdat ik weet hoe mijn lichaam wil bewegen. Hij, de man van de knik, komt naast me staan. Hij probeert mee te bewegen, zoekt aansluiting. Maar mijn lijf wil niet synchroniseren. Elke keer als hij dichtbij komt, vindt mijn heup een ander ritme, mijn schouder een andere flow. Alsof mijn lichaam fluistert: dit is van mij. Ik glimlach. Niet naar hem, maar naar de muziek. Ik ben in mijn bubbel. En mijn bubbel is warm, zwoel, vrij. Dan komt de barman. Een dienblad vol shotjes, rood, zoet, feestelijk. Maar één shotje is bruin. Hij laat mijn vriendinnen zelf kiezen, maar mijn glas wordt persoonlijk aangereikt. Hij kent me. Hij weet. Hij buigt zich naar me toe. Zijn stem is laag, of misschien is het de bas die hem fluisterend maakt. “Je bent mooi als je in je eigen bubbel danst.” Misschien zei hij het niet. Misschien voelde het gewoon zo. Maar het raakt me. Het wakkert iets aan. Alsof mijn lijf, dat net nog danste voor zichzelf, nu ook weet dat het gezien wordt. En dat het verlangen mag hebben. Voor zichzelf. Voor straks.

Met een knipoog naar de barman glijd ik de club uit. Mijn lijf is geladen, in extase. Niet van de aanraking, maar van het dansen. Van het gezien worden zonder vastgehouden te worden. Ik ben klaar om naar huis te gaan. Klaar om deze avond onvergetelijk te maken, voor mezelf. In de club nam ik al afscheid van de mannen. Mijn vriendinnen lopen nog even mee naar buiten. Zij zijn nog niet klaar met de nacht. Ik ook niet. Maar wel met het delen ervan. We omhelzen elkaar. Lachend, warm, een beetje bezweet. Dan loop ik alleen verder, richting het noorden van de stad. Daar staat mijn huis. Klein, maar gezellig. Helemaal van mij. De stad is stil, maar niet leeg. Langs de winkels, het plantsoen. Op een bankje ligt iemand in een slaapzak te slapen, zijn ademhaling traag, zijn wereld ingepakt. Even verderop zit een groepje jongeren in een bushokje, stoer te kletsen, hun stemmen echoënd in de nacht. Ik kijk. Ik glimlach. Het leven is gezellig, ongedwongen. Soms alleen. Soms samen. Altijd in beweging. Om de hoek staat mijn huis. Ik steek de sleutel in het slot. Open de deur. Het ruikt naar wierook, sinaasappel, die ik eerder die avond nog aanstak. De geur is bijna vervlogen, maar blijft hangen als een warme herinnering. Energie. Vrolijkheid. Thuiskomen. Ik sluit de gordijnen. Trek mijn kleren uit in de huiskamer. Mijn huid voelt nog na van de dans. Dan loop ik naar de douche, die in de keuken zit. Het water wacht. Mijn lijf ook.

Via de keuken loop ik mijn badkamer in. De douche staat al aan. een zachte ruis die de nacht uitnodigt om van me af te glijden. Ik stap erin. Het warme water voelt als een deken, als een omhelzing zonder armen. Mijn handen zijn nog koud van buiten. Mijn lijf warm van de wandeling, van de dans, van het verlangen om straks in bed te verdwijnen. Ik zeep mezelf in met patchoeli, een geur die ontspant, die herinnert. Aan die dag in de sauna, eerder deze maand. Warmtebaden, opgietingen, een massage voor mij alleen. Mijn huid weet het nog. Mijn handen glijden van mijn heupen naar mijn borsten, naar mijn hals. Langzaam. Niet functioneel. Maar aandachtig. Ik kijk hoe het water de zeep meeneemt. Langs mijn borsten, over mijn buik, langs mijn benen. Alsof het me uitkleedt. Niet van kleding, maar van de dag. Als alles schoon is, zet ik de douche uit. De handdoek is hard, maar mijn huid vindt het prettig. Het prikkelt, tintelt, wekt iets op. Nog met de handdoek om me heen loop ik de trap op. Boven is mijn bed, groot, zacht, van mij. Ik schuif de schoenendoos onder het bed vandaan. Het voelt als een snoepwinkel. Mijn vingers kiezen een kleine zwarte vibrator. Sommige kleintjes zijn groots in wat ze kunnen.

Zonder hem aan te zetten laat ik de kleine zwarte vibrator over mijn huid glijden. Mijn vingers kennen de plekken die oplichten, die tintelen, die fluisteren. Ik weet waar mijn lijf zich opent. Waar het zich herinnert. De zachtheid is genoeg, eerst. Een streling langs mijn hals, tussen mijn borsten door, naar mijn rechterheup. Daar stop ik. Laat hem langzaam heen en weer glijden. Mijn lijf reageert. Mijn ademhaling verschuift. De vibratie is nog pril, maar mijn huid trilt ervan. De geur van patchoeli komt weer naar voren. Warm, aards, herinnerend. Ik adem diep in. Hap naar lucht. Alsof mijn lijf zich vult met geur en verlangen tegelijk. Langzaam laat ik hem naar beneden glijden. Over mijn buik, mijn schaambeen, mijn huid. Om mijn clitoris. Niet direct. Ik plaag mezelf. Niet om uit te stellen, maar om te verdiepen. Mijn lijf is wakker. Mijn nacht is van mij.

“De nacht is van mij”

Dan druk ik de vibrator vier standen verder. Ik ken hem. Ik weet wat hij doet. Een lange vibratie, en dan niets. Ik beweeg ritmisch over mijn clitoris, terwijl mijn andere hand mijn hals, borsten, buik en heupen streelt. Steeds als ik er bijna ben, stopt de vibratie. En de stilte tilt me naar een dieper niveau van genot. Zeven keer. Zeven keer een verstilling. Mijn lijf wil niets anders meer dan aanraking en trilling. Mijn huid is wakker. Mijn ademhaling zoekt diepte. Mijn lijf begint te trillen. Mijn heupen worden omhoog gedrukt. Mijn lichaam weet wat het doet, en tegelijk heb ik geen controle meer. Geen gedachte. Geen richting. Geen vibratie meer. Alleen trilling. Alleen mij. Ik sla mijn armen om mezelf heen, als een warme knuffel. Ik kronkel in mijn bed. Mijn ademhaling is diep, maar ontspannen. Ik ben verloren in tijd. Maar diep in de nacht. De nacht die zoveel te bieden heeft. Soms samen. Soms alleen. Mijn eigen genot. Mijn eigen lijf. De tintelingen die blijven hangen.

Na een paar minuten trek ik mijn benen op. De deken over me heen. De vibrator ligt op de grond, dat zie ik morgen wel. Deze nacht is van mij. Nog nagenietend van mijn orgasme val ik in een diepe slaap. Tot mijn lijf zelf besluit wakker te worden. Maar pas als het daar klaar voor is.

Is this your new site? Log in to activate admin features and dismiss this message
Log In